'Musee de la mere' in galerie de Vis

Harlingen en de zee vormen een onafscheidelijk stel. Geen wonder dat Galerie de Vis, gelegen aan een eeuwenoude getijdehaven in de Friese kustplaats, regelmatig martitiem getint werk toont. Voor de herfstmaanden brengt galeriehoudster Geke Westenberg uiteenlopend werk van drie kunstenaars bij elkaar, maar met een duidelijke rode draad: de fascinatie voor het water en alles daaromheen. Dat wordt gepresenteerd onder de bedrieglijke titel: ‘Musée de la mere’  - een doordenkertje. Westenberg koos deze titel, verklaart ze, “omdat de drie kunstenaars de zee een beetje als moeder aarde beschouwen”.

Eerste exposant is Hans de Kezel. Deze sympathieke Vlaming genoot zijn opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten te Gent. Hij exposeerde in dezelfde plaats (‘Antichambre d’Amis’), in Oostende tijdens ‘Stad aan Zee’ en nam deel aan de groepstentoonstelling ‘Watouring’ in het Wetshuis in Watou. Marines vormen sinds een jaar of tien een zelfstandig deel van zijn oeuvre.
De Kezel startte met een selectie van kleine werken die samen in een reiskoffer pasten. Deze tentoonstelling reist rond onder de toepasselijke naam ‘Musée de la mere’. Het zijn schilderijen en tekeningen waarin hij zichzelf terugvindt. Sommige marines hebben er een patine opzitten van jaren – laag op laag, tot alles een geheel is geworden. “Sommige werken zijn momentopnames van wandelingen”, aldus De Kezel, “andere zijn reflecties bij de filmopnames aan de noordfranse kust, met het genootschap Walbers und Hanssen. Het is een groeiende collectie, van woelige baren tot een zwangere zee die hetaeren baart.”

Ook werk van Wim Buitendijk wordt geëxposeerd. Opgegroeid op de scheepswerf van zijn vader vormt de binnenvaart een rode draad door de eerste jaren van Buitendijks werk. De Vis toont onder meer olieverven van hem. Buitendijk legt op subtiele wijze de essentie van schepen op de etsplaat vast, die hij voorziet van oud glas en omrandt met een bijzondere
lijst. Zo creëert hij een moderne versie van het aloude scheepje in een fles.

Jan Roos speelt bij De Vis een thuiswedstrijd. Wie uit het raam kijkt ziet zijn werkterrein: de Harlinger havens met hun scheepshellingen en arbeiders, de bruggen, de schepen in het zeegat. Na zijn opleiding aan de Jan van Eijck Akademie in Maastricht keerde de kunstenaar terug naar zijn geboortestad, Harlingen. Wonend naast de scheepswerf aan de rand van de binnenstad was de bedrijvigheid in de dokken bron van inspiratie voor de kunstenaar. Nauwelijks te onderscheiden van de havenarbeiders die in veel van zijn werken aanwezig zijn struinde hij tussen de  roestige scheepsrompen, op zoek naar geschikte werkplekken om te schilderen. Met het verdwijnen van de werf naast zijn huis is ook het werk van Roos veranderd. De havenarbeiders maken vaker plaats voor meeuwen, het decor veranderde mee van dok naar water en wolken.  En op de grens van licht en donker schildert Jan Roos wat niet onder woorden te brengen is: de geluiden van de zee.